Livre
Néerlandais

Dieven en geliefden : gedichten

Luuk Gruwez (auteur)

Dieven en geliefden : gedichten

Contenu
Bevat: DIEVEN Ars amandi Gebruiksaanwijzing Sneeuwgedicht Altijd Over het oprapen van dingen Brief uit Brugge De maanden DIEVEN EN GELIEFDEN Oma Winnetou Advies aan een dief Parlez-moi d'amour Mijn hond Lof van de sok Opsporing verzocht Bezoek aan een huis Coureur De laatste keer Hartenheer GELIEFDEN Loutro Mijn engel moet nog komen Verlovingsring Een eigen bed Oud paar Het geslacht Poetsie Hoe het komt dat wij niet geliefd zijn hoewel wij daar veel aanleg toe hadden De definitieve dief
Titre
Dieven en geliefden : gedichten
Auteur
Luuk Gruwez
Langue
Néerlandais
Éditeur
Amsterdam: De Arbeiderspers, 2000
73 p.
ISBN
90-295-2188-0

Commentaires

Toevallig opgeraapt

De nieuwe bundel Dieven en geliefden biedt redenen te over om blij te zijn dat Luuk Gruwez zich weer aan het dichten gezet heeft. Hij zet de tijd een paar hakken en betoont eer aan de sok, meer nog: aan alles wat voor het oprapen ligt.

Na enkele uitstapjes naar het proza is Luuk Gruwez helemaal terug als dichter met de nieuwe bundel Dieven en geliefden . Wellicht is de boodschap van Gruwez' proza dezelfde als die van zijn poëzie, maar de gedichten blijken een veel geschiktere drager. Nochtans is ook de poëzie van Gruwez sterk verhalend. Gruwez is niet bang van de mededeling, de boodschap, de representatie. Ook niet van emotie trouwens, of van een flauw grapje. Waar is hij dan wel bang van? Van de tijd. Gruwez gruwelt van de tijd. Daarom zet hij een grote mond op tegen de tijd. Gruwez' poëzie cirkelt dan ook rond dat thema, met de aanverwante motieven van vergankelijkheid, dood, aftakeling, herinnering, verlies. Van alle tijdstippen verafschuwt hij de namiddag nog het meest, ,,elke dag vanaf het middaguur''. Vertaald naar een mensenleven is dat de volwassenheid. 's Morgens is er nog hoop, lijkt alles nieuw, ,,zo even en zo eeuwig als een kind.'' Kinderen zijn goed in het oprapen van dingen, zo blijkt uit het gedi…Lire la suite

Luuk Gruwez geldt sinds jaar en dag als een van de meest vooraanstaande dichters in Vlaanderen, en een aantal jaren geleden heeft ook het Nederlandse publiek hem enthousiast ontdekt. Daarbij komt dat de dichter gaandeweg zijn lezerskring aanzienlijk heeft verbreed met zijn proza, dat tegelijk autobiografisch (uit het hart gegrepen) én theatraal (bedachtzaam in scène gezet) genoemd kan worden. Nadat een paar jaar geleden Bandeloze gedichten verscheen, een ruime keuze uit de eerder verschenen poëzie, ligt nu eindelijk een nieuwe bundel voor: Dieven en geliefden. Meteen ben je eens te meer thuis in het eigen universum van Gruwez, waar niemand samenvalt met één rol, waar alle affecten onmiskenbaar ook hun tegendeel met zich meeslepen. In dit opzicht is deze nieuwe bundel de zoveelste briljante herhaling van een bekende thematiek. Gruwez weet als geen ander zijn deernis met de menselijke kwetsbaarheid over te dragen én te ironiseren. Alle personages in deze bundel, de i…Lire la suite
Gruwez (1953) heeft een bijzonder herkenbaar eigen geluid, in dagelijkse taal, ook platte, met een badinerende lichtvoetigheid waar opeens een diepe toewijding en emotie doorheen flitst, ogenschijnlijk zichzelf ongewild verradend, terloops als het ware. Ook speelt hij ingenieus met tegengestelden als altijd en nooit, overal en nergens. Dit vraagt goed lezen om de laag eronder niet te missen, maar dat loont beslist. De middenafdeling, de grootste (titel van het boek) bevat vrij lange gedichten, bijna balladen, in soms surrealistische sprongen stoeiend met het 'verhaal'. De lijn is vaak a-logisch en toch op een gekke manier logisch 'op te pakken'. Zo in 'Mijn hond': in de hond die hij niet heeft en waarmee hij uitgaat, schijnt zijn identiteit verbeeld te worden; en in 'Lof van de sok' (van generaties geërfd) is iets dergelijks aan de hand (aan de vooral niet blote voeten!). In 'Opsporing verzocht' neemt zijn lichaam de verbeelding over. Een boeiende speurtocht valt hierin te maken.

À propos de Luuk Gruwez

Luuk Gruwez est un poète, prosateur et essayiste belge d'expression néerlandaise né à Courtrai le 9 août 1953.

En 2009, le prix Herman de Coninck du public lui est décerné pour le poème Moeders (« Mères »), extrait de Lagerwal.

Bibliographie

Poésie

  • 1973 - Stofzuigergedichten
  • 1977 - Ach, wat zacht geliefkoos om een mild verdriet
  • 1981 - Een huis om dakloos in te zijn
  • 1985 - De feestelijke verliezer
  • 1990 - Dikke mensen
  • 1994 - Vuile manieren
  • 1996 - Bandeloze gedichten (anthologie)
  • 2000 - Dieven en geliefden
  • 2005 - Allemansgek
  • 2008 - Lagerwal
  • 2010 - Garderobe (anthologie)
  • 2010 - En lire plus sur Wikipedia