Livre
Néerlandais

De woordenwolkjesmachine

Kato Polfliet (auteur), Sofie Vanlishout (dessinateur)
Dans la série:
Public cible:
3-5 ans et plus
Als Kamiel praat, komen de woorden soms in stukjes uit zijn mond. In een droom wordt uitgelegd hoe zijn woordenwolkenmachine werkt. Prentvertelling met paginagrote kleurenillustraties over stotteren en informatie voor begeleiders. Vanaf ca. 5 jaar.
Sujet
Stotteren
Titre
De woordenwolkjesmachine
Auteur
Kato Polfliet
Dessinateur
Sofie Vanlishout
Langue
Néerlandais
Éditeur
Hasselt: Clavis, 2016
[24] p. : ill.
ISBN
9789044828009 (hardback)

Commentaires

Woorden die in stukjes uit je mond komen of zelfs vast lijken te zitten in je mond? Kamiel weet er alles van – en hij vindt het maar niks! In een droom leggen Flor en Fin uit hoe de grote woordenwolkjesmachine van Kamiel werkt: zij plukken woorden uit de lucht, stoppen ze in de machine en even later komen ze uit Kamiels mond. Af en toe hapert de machine en dan komen er toverwoorden uit zijn mond, zo heb je simsalaspring-woorden, sluipeduip-woorden en blokapop-woorden. Daar hoeft Kamiel zich geen zorgen over te maken – sterker nog: niet iedereen kan toveren! Prentvertelling in A4-formaat waarin op begrijpelijke en speelse wijze het begrip stotteren wordt uitgelegd. Zowel het technische als het emotionele aspect wordt belicht. De collageachtige kleurrijke prenten maken een wat lastig thema (be)grijpbaar; de verhalende tekst is hierbij volledig ondersteunend. In de bijsluiter staat informatie voor (professionele) opvoeders, o.a. thuis, school, bij logopedie of huisarts over wat is stott…Lire la suite

De woordenwolkjesmachine

Kamiel heeft het soms moeilijk om zijn woordjes gezegd te krijgen. Hij vindt dit lastig en weet niet echt goed hoe hij hiermee om moet gaan. ’s Nachts droomt hij van een reusachtige machine die woordjes en zinnetjes kan maken. Deze machine helpt hem om sneller te praten maar plots komt er opnieuw een woord in stukjes uit zijn mond. Dit maakt Kamiel angstig maar de werkman legt uit dat de machine soms wat traag is en hapert.



Op een eenvoudige manier wordt uitgelegd hoe het komt dat iemand soms stottert. De stotters worden benoemd als toverwoorden. Elk toverwoord krijgt een eigen naam, zo heb je sluipeduipwoorden die lijken te sluipen, te kruipen of te glijden. Deze omschrijvingen zijn zeer duidelijk voor kinderen die stotteren. Misschien is de benaming van de toverwoorden soms wat complex; mede omdat het nieuw samengestelde woorden zijn, maar ze passen wel goed bij de machine die als beeld gebruikt wordt. Als de omgeving en de therapeut van het kind ook deze woorde…Lire la suite

Suggestions