Livre
Néerlandais

Draak Omaar en Timme Tovenaar

Heidi Walleghem (auteur), Ann De Bode (dessinateur)
Public cible:
6-8 ans et plus
Timme, de zoon van Pacca de tovenaar, tovert een bijzonder diertje tevoorschijn als hij zich met de circusvoorstelling van zijn vader bemoeit. Vanaf ca. 8 jaar.
Sujet
Circussen, Draken
Titre
Draak Omaar en Timme Tovenaar / Heidi Walleghem ; met tek. van Ann De Bode
Auteur
Heidi Walleghem
Dessinateur
Ann De Bode
Langue
Néerlandais
Éditeur
Wielsbeke: De Eenhoorn, 2000
48 p. : ill.
ISBN
90-5838-071-8

Commentaires

Dat komt ervan als Timme tijdens de toveract van zijn vader voor zichzelf een toverspreuk opzegt waarbij hij aan een draakje moet denken. Met het schaap van zijn vader komt een klein groen draakje mee; het neemt onmiddellijk de benen. Arm dier, hij weet niet wie hij is en leg dat maar eens uit aan een stel boosaardige ratten. Gelukkig is poes Geraldine, die hij later ontmoet, heel wat vriendelijker. Ze brengt hem tot bij de dierentuin, misschien vindt hij daar een soortgenoot. Inderdaad, de krokodil heeft wel iets van een draak maar echte familie is hij niet. Intussen is Timme op zoek naar het draakje...
Een pretentieloos verhaal met voldoende afwisseling om de aandacht van de lezer gevangen te houden. Een enkele keer wordt uit het oog verloren dat Omaar nergens vanaf weet. Had ik alleen naar de illustraties gekeken, dan zou ik niet op het idee zijn gekomen dat het verhaal over een draak gaat. Vanaf zeven jaar. [Herman Kakebeeke]
Timme is de zoon van tovenaar Pacca, die in een circus werkt. Pacca tovert een schaap met op zijn rug een klein groen draakje, dat is geboren in de fantasie van Timme. Het draakje Omaar vlucht en beleeft daarna allerlei kleine avontuurtjes met verschillende dieren. Na lang zoeken vindt Timme hem terug in een dierentuin. Timme gaat nu zelf toveren in het circus. Een nogal verward verhaal waarvan de inhoud weinig boeiend is voor jonge kinderen, omdat enige spanning ontbreekt. Het woordgebruik en de zinsbouw zijn soms vreemd. De illustraties in de vorm van zwart-wittekeningen voegen weinig toe aan het verhaal. De tekst is gedrukt in een duidelijk lettertype. Zelf lezen op zeven- à achtjarige leeftijd.