Livre
Néerlandais

Bo is nooit bang

Geert De Kockere (auteur), Tineke Van Hemeldonck (dessinateur)
Dans la série:
Public cible:
3-5 ans et plus
Genre:
Varkentje Bo is nergens bang voor. Een muis, een donker huis met een uil, een diepe put met pissebedden, een veld met netels, de roetsjbaan op de kermis – niks jaagt hem schrik aan. Tot hij ’s nachts in het bos belandt.
Sujet
Bang zijn
Titre
Bo is nooit bang
Auteur
Geert De Kockere
Dessinateur
Tineke Van Hemeldonck
Langue
Néerlandais
Édition
1
Éditeur
Antwerpen: Oogappel, 2012
[25] p. : ill.
ISBN
9789022327463 (hardback)

Commentaires

Het varkentje Bo is van niets en niemand bang. Tenminste, zo typeert hij zichzelf graag. De lezer denkt er anders over. Op de stoep voor het muurtje waarop Bo zit te lanterfanten, zit een muis. Bo probeert hem weg te jagen: ‘Pas maar op of ik leg een krul in je staart! [...] En een muis met een krul is echt wel gek! Ga weg, muis! Ga weg nu je nog kan!’ De muis gaat inderdaad weg, maar niet voordat een kwaaie poes haar de stuipen op het lijf jaagt. ‘Zie je wel,’ denkt Bo: ik ben stoer en kan de muis aan. 
Wat later staat Bo voor een open deur. In de ruimte erachter is het groot en donker. Bo schrikt van een uil die plotseling opvliegt, maar denkt er gauw achteraan: ‘Zag je dat? [...] Die uil is bang van mij! Maar ik niet hoor. En ik wil best nog wel verder. Maar dan stoor ik die uil weer. Dat is niet mooi van mij. Ik ga terug [...]. Ik moet wel. Voor de uil.’
Zo volgen er nog drie scènes, die zich telkens op dezelfde manier voltrekken: Geert De Kockere beschrijft de omgeving…Lire la suite
Varkentje Bo wordt steeds geconfronteerd met iets engs: een muis, een donkere ruimte, een diepe put, een veld met distels en een kermisattractie. Maar telkens weer weet Bo zijn angst te bezweren door zichzelf te vertellen hoe dapper hij is: ‘Ik ben nooit bang,’ denkt Bo. 'Echt niet. Van niets en van niemand.’ Bo wordt door de illustratrice in enkele lijnen aandoenlijk neergezet. Zijn lijf is niet ingekleurd en het decor waarin hij is geplaatst schemert door hem heen. Zo dringt de omgeving zich letterlijk aan hem op. Een omgeving die nog dreigender is dan Bo zelf in de gaten heeft, want op elke dubbele pagina zijn in schaduwen of kleurvlekken de contouren van een wolf te herkennen. Bo bedenkt telkens een manier om zijn dapperheid te tonen… maar tegelijkertijd ook een reden om niet tot actie te hoeven overgaan. ‘Nee, Bo is echt niet bang. Van niets en van niemand. Of hoogstens een beetje, een heel klein beetje misschien.’ Tegelijkertijd verscheen over Bo 'Bo kan alles'*. Van Bo zijn een…Lire la suite