Livre
Néerlandais

Hugo : dichter en politieman

Carl Norac (auteur), Kristien Aertssen (dessinateur)
Public cible:
3-5 ans et plus
Hugo is een dichter. Elke dag leest hij gedichten voor. Zijn vader hoopt stiekem dat Hugo politieman wordt, net als hij. Op een dag mag Hugo zich verkleden als politieman. Onverwacht begint hij het verkeer te regelen. Is hij nu dichter of politieman? Een boek over een jonge hond die in alles wat hij doet zichzelf blijft.
Titre
Hugo : dichter en politieman
Auteur
Carl Norac
Dessinateur
Kristien Aertssen
Langue
Néerlandais
Langue originale
Français
Éditeur
Wielsbeke: De Eenhoorn, 2009
[28] p. : ill.
ISBN
9789058385413

Commentaires

Een tekst van Carl Norac, vertaald door Edward van de Vendel: twee dichters bij elkaar, dat moet poëtisch vuurwerk geven. Die verwachting werd maar ten dele ingelost. Toegegeven, af en toe werd ik verrast door een woordspeling of een klinkende zin, maar over het algemeen is de verwoording heel gewoon. Nu, erg is dat niet en wie dat wil, kan de tekst in elk geval probleemloos naar voren brengen. Hij is helder en eenvoudig verwoord, waardoor hij de kleine luisteraars meteen zal aanspreken. Als de pestkoppen schrikken van de toverende Hugo, luidt het "Grr! Hugo laat even zijn tanden zien. En meteen rennen ze weg. Grappig." Het eerste en laatste woord geven het gebeuren reliëf, nog versterkt door de klankherhaling.'
Wat dit prentenboek vooral de moeite waard maakt, zijn de emotioneel sterke inhoud en de fantastische illustraties. "Hugo is een dichter." Zo begint het boek. Elke dag zegt hij bij de bushalte zijn verzen op, hoewel sommige dieren er een hekel aan hebben. Ze durven hem echt…Lire la suite
Hond Hugo is dichter, maar zijn papa Boris is politieman. Papa schreef als kind ook wel gedichten, maar schaamt zich daar nu voor. Hij hoopt dat zijn dichtende zoon een écht beroep gaat kiezen. Politieagent bijvoorbeeld. Daar lijkt het niet erg op. Want tegen zijn wil moet Hugo voor het feest verkleed in de politiekleren van zijn vader. Buiten wordt hij prompt uitgelachen. Gelukkig ziet zijn geheime liefde Miranda hem niet. Dan moet Hugo het Grote Kruispunt oversteken en komt in een verkeerschaos terecht. Wat nu? Deze wensvervullende fabel herbergt een herkenbaar dilemma dat origineel wordt uitgewerkt. Het had echter nog puntiger geschreven kunnen worden, inclusief een eerdere afronding van het verhaal. De kinderlijke en naïeve tekenstijl, met veel licht en vrolijkheid, verbeeldt de emoties treffend en helpt het verhaal daarmee vooruit. De veelal over twee pagina’s verspreide fullcolortekeningen zijn een genot om naar te kijken. Origineel verhaal over een jonge hond die niet weet wat …Lire la suite

Hugo: dichter en politieman

Hugo’s papa is politieman. Hij is groot en sterk als een gorilla. Hugo is een dichter. Elke dag zegt hij zijn verzen op bij de bushalte. Sommige dieren vinden dit niet leuk maar durven er niks van te zeggen, omdat Hugo’s vader dus politieman is. Op een dag is er een feest waarop iedereen zich mag verkleden. Hugo’s vader staat er op dat Hugo zijn uniform aan trekt. Hij durft geen nee te zeggen. Hij wordt uitgelachen en verstopt zich, zeker wanneer hij Miranda ziet. Voor haar schrijft hij zijn mooiste gedichten. Hij gaat weg van het feest, op zoek naar een rustig plekje. Op straat is het een chaos. De verkeerslichten werken niet. Hugo blaast op zijn fluitje, beweegt, draait en roept. De auto’s doen precies wat hij zegt! Hugo geniet. Auto’s dansen en vliegen door de lucht. En iedereen applaudisseert. Hugo weet niet dat alle dieren, ook Miranda en zijn ouders, hem hebben gadegeslagen op het kruispunt. Hugo’s vader onthult dat hij vroeger ook gedichten schreef, en geeft zijn zoon een klein…Lire la suite

À propos de Carl Norac

CC BY-SA 4.0 - Image by Lefortm

Carl Norac, nom de plume de Carl Delaisse, né le 29 juin 1960 à Mons (Belgique), est un écrivain belge de langue française.

Il est principalement auteur de recueils de poésies, et de textes d'albums jeunesse, mis en images par divers illustrateurs.

Biographie

Carl Norac est le fils du poète Pierre Coran (qui fut instituteur dans sa jeunesse) et de la comédienne Irène Coran. Il grandit dans une grande « cité populaire » selon ses propres termes, puis dans le Hainaut, où la nature et la forêt sont ses premières sources d'inspiration, pour des textes et surtout des poèmes. De son enfance, il garde, comme il le dit lui-même « une foi absolue en l’émerveillement », et était un lecteur « boulimique, passionné et nocturne. »

Il devient professeur de français, attaché culturel et prof…En lire plus sur Wikipedia