Boek
Nederlands

Een hoofd om op te staan

Sanne Te Loo (auteur)

Een hoofd om op te staan

Sanne Te Loo (auteur)
Doelgroep:
Vanaf 3-5 jaar
Genre:
Wat kun je allemaal niet voor leuke dingen doen met je lichaamsdelen? Glijden met je buik, ploffen met je billen, zwiepzwaaien met je haar en nog veel meer! Prentenboek met sfeervolle illustraties in aquarel. Vanaf ca. 3 jaar.
Onderwerp
Menselijk lichaam
Extra onderwerp
Lichaamsdelen, prentenboeken
Titel
Een hoofd om op te staan
Auteur
Sanne Te Loo
Taal
Nederlands
Uitgever
Rotterdam: Lemniscaat, 2009
[25] p. : ill.
ISBN
9789047702313

Besprekingen

"Ik heb een neus .... om mee te feesten. Ik heb een buik ... om te glijden. Ik heb haren ... om mee te zwiepzwaaien." Dit zijn voorbeelden van de eenvoudige tekst in dit mooie prentenboek, waarin op iedere afbeelding hetzelfde meisje met haar hondje te zien is. De onvoorspelbaarheid van de actie met de betreffende lichaamsdelen wordt uitdagend, doordat het tweede deel van de zin op de volgende pagina staat, met de bijbehorende illustratie. Deze zijn steeds aflopend op een dubbele pagina geplaatst. De prachtige kleuren van de tekeningen, uitgevoerd in potlood, pastelkrijt en aquarel, geven elke dubbele pagina een eigen sfeer. Door de vele details valt er heel veel te ontdekken in de tekeningen. De tekst, een halve zin per pagina, staat in zwart weergegeven in de illustraties. Stevig gebonden prentenboek; de illustratie op het omslag en de titel geven een goede indruk van de inhoud. Vanaf ca. 2 jaar.

Een hoofd om op te staan

Het verhaal begint reeds op het titelblad met een hond die aan een tekening van een neus snuffelt. Ik heb een neus ... Als je de pagina omdraait, staat er om mee te feesten. En je ziet een meisje met een feestneus. Zo komen achtereenvolgens alle lichaamsdelen aan bod. De vraag is: waarvoor dienen ze? Je moet telkens de bladzijde omdraaien om het antwoord te kennen. Armen dienen om mee te springen, handen om te verstoppen. Dat wordt geïllustreerd door een grote tekening van een activiteit of beweging van hetzelfde personage. Het hondje doet telkens mee met de gebaren van het meisje. Op een ongewone manier komen alle lichaamsdelen aan bod: oren dienen niet om te horen maar om iets aan te hangen (hier: kersen); ogen dienen niet om te kijken zoals we zouden verwachten, maar om te laten zien zoals de vissen onder water. Let ook op de details want het hondje heeft een kers aan zijn staart hangen. De verwoording doet soms wat vreemd aan (ogen om te laten zien) of is niet helemaal correct (or…Lees verder