Boek
Nederlands

Zeg nooit dat je Rachmil heet : een joodse jongen overleeft de oorlog in een Vlaams gezin

Rosine De Dijn (auteur)

Zeg nooit dat je Rachmil heet : een joodse jongen overleeft de oorlog in een Vlaams gezin

Levensverhaal van een in Auschwitz omgekomen joodse vrouw en haar zoon voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog in Oost-Europa en Belgie͏̈.
Titel
Zeg nooit dat je Rachmil heet : een joodse jongen overleeft de oorlog in een Vlaams gezin
Auteur
Rosine De Dijn
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Duits
Oorspr. titel
Du darfst nie sagen, dass du Rachmil heisst : die Geschichte der Laja Menen und ihren Sohn Rudi
Uitgever
Leuven: Van Halewyck, 2005
256 p. : ill.
ISBN
90-5617-657-9

Besprekingen

Laja Menen, een joodse chassidische vrouw ontvlucht in 1932 haar armoedige buurt in de Poolse stad Warschau om in het Duitse Pommeren, meer bepaald in Torgelow, als dienstmeisje haar geluk te beproeven. Ze komt terecht in het gezin van een weduwnaar met drie kinderen, Julius Gronemann, die een goed uitgerust textielwarenhuis met bescheiden prijzen runt. Zeer snel wordt ze net als het gastgezin meegezogen in de pesterijen en de verordeningen tegen de joden. Wanneer een joodse fourniturenhandelaar uit Stettin zeer regelmatig op bezoek komt bij Gronemann, geraakt Laja zwanger. Ze vlucht naar Berlijn, waar ze haar zoontje Rachmil ter wereld brengt. Vanwege het sterk opkomende nazi-gevaar vlucht Laja met haar zoontje, na een moeilijke tocht dwars door Duitsland, naar Brussel.

De jonge moeder brengt Rudi -- 'Rachmil' klinkt veel te joods -- onder bij de trappisten van Westvleteren, in de Sint-Sixtusabdij. De monniken plaatsen de jongen bij het pleeggezin van Clement Verplaetse in Nie…Lees verder
De Pools-joodse vrouw Laja Menen krijgt een buitenechtelijk kind en belandt via het Duitse Pommeren en Berlijn in 1939 in België. Daar wordt ze in 1943 opgepakt en daarna in Auschwitz vermoord. Haar zoontje, Rachmil, overleeft de oorlog op het Vlaamse platteland, trouwt later en vertrekt naar de VS. De Dijn reconstrueert Laja's leven met behulp van archiefstukken, en beschrijvingen en foto's van plaatsen waar ze was en woonde. Zo schetst ze zowel het verloren gaan van een leven als dat van de Oost-Europees joodse cultuur. De stijl is soms nogal geëxalteerd. De Dijn schreef eerder o.a. 'Vrouwen van Rubens'*.